artikel Joost G&E aug16

Interview met Joost Geevers in de Gooi- en Eemlander van 11 augustus 2016.
Zie voor de tekst onderstaande kader.

De taal van Geevers

Dirigent Joost Geevers is vol lof over ’zijn’ Goois Symfonie Orkest. FOTO JOS KALDENHOVEN
Van onze verslaggever
Mu­ziek is een taal, vol­gens di­ri­gent Joost Gee­vers. Een klank­taal die je moet le­ren ken­nen om de mu­ziek te be­grij­pen. “Maar het is een van de meest toe­gan­ke­lij­ke ta­len die er be­staan.”

„De taal van de klas­sie­ke mu­ziek wil ver­won­de­ren, maar soms ook ver­ont­rus­ten”, ver­telt Gee­vers. “Jam­mer ge­noeg is er voor veel men­sen een drem­pel om naar klas­sie­ke mu­ziek te luis­te­ren. Voor­al van ei­gen­tijd­se mu­ziek den­ken men­sen vaak dat je er veel van­af moet we­ten om die te kun­nen waar­de­ren. Ik vind dat daar veel te moei­lijk over ge­daan wordt. Als je je open­stelt voor mu­ziek, en dat geldt ook voor ei­gen­tijd­se- en pop­mu­ziek, brengt echt goe­de mu­ziek op het eer­ste ge­hoor met­een iets te­weeg. Je moet er in eer­ste in­stan­tie niet te­veel over na­den­ken, vind ik. Als je je er ver­vol­gens ver­der in ver­diept, gaat het nog meer le­ven, wordt je er­va­ring met die mu­ziek nog rij­ker.”

Joost Gee­vers heeft dit voor­jaar Pe­dro López López op­ge­volgd als vas­te di­ri­gent van het Goois Sym­fo­nie Or­kest. Hij heeft veel er­va­ring met di­ri­ge­ren, meer dan je op grond van zijn jon­ge leef­tijd zou ver­wach­ten. Zo­als veel bla­zers – Gee­vers is ook trom­bo­nist – is hij be­gon­nen in de har­mo­nie- en fan­fa­re­we­reld. „Ik kom uit het zui­den van Ne­der­land waar veel klei­ne mu­ziek­ver­e­ni­gin­gen zijn. Daar ben ik op jon­ge leef­tijd be­gon­nen met di­ri­ge­ren. Op het Con­ser­va­to­ri­um or­ga­ni­seer­de ik van al­les op klas­siek ge­bied, ook nieu­we mu­ziek. Zo ben ik lang­zaam ge­groeid naar de we­reld van de sym­fo­ni­sche mu­ziek.”

Am­bi­ti­eus

Over het or­kest is Gee­vers vol lof. „Het Goois Sym­fo­nie Or­kest telt on­ge­veer 35 mu­si­ci, een mid­del­groot or­kest dus, met vol­le­di­ge be­zet­ting strij­kers en bla­zers. Het is een am­bi­ti­eus or­kest met een uit­ste­kend ni­veau. De le­den zijn al­le­maal ama­teurs, be­hal­ve con­cert­mees­ter Nico Bran­don, dat is een door­ge­win­ter­de vak­mu­si­cus die in de om­roep­or­kes­ten heeft ge­werkt. Er wordt hard ge­werkt, de mu­si­ci wil­len graag uit­ge­daagd wor­den. Bij de voor­be­rei­ding van het eer­ste con­cert dat ik leid­de, in juni, merk­te ik een voort­du­rend stij­gen­de lijn in het re­pe­ti­tie­pro­ces. We had­den on­der meer de ‘Haf­f­ner­sym­fo­nie’ van Mo­zart op het pro­gram­ma staan, be­paald niet ge­mak­ke­lijk. Maar al­les ging pri­ma.”

Heeft Gee­vers een an­de­re aan­pak dan zijn voor­gan­ger? „Ik ken Pe­dro López López goed, we za­ten sa­men in een di­ri­gen­ten­op­lei­ding. We heb­ben een ver­schil­lend ka­rak­ter, hij is als Span­jaard al­tijd heel be­vlo­gen. Ik ben meer van de pun­ten en de kom­ma’s. Ver­der ben ik van plan om meer ei­gen­tijd­se mu­ziek op de les­se­naar te zet­ten, maar zo­iets gaat na­tuur­lijk niet in één keer.”

„Ik vind het be­lang­rijk om een ze­ke­re or­kest­dis­ci­pli­ne te heb­ben, voor­al op ge­bied van sa­men­spel. Ik laat de mu­si­ci ook veel naar el­kaar luis­te­ren. Als het or­kest een hech­te groep is, wor­den de con­cer­ten echt me­mo­ra­be­le eve­ne­men­ten. Hoe­wel we op mo­der­ne in­stru­men­ten spe­len, kun je de acht­tien­de-eeuw­se stijl be­na­de­ren en bij­voor­beeld zo’n Mo­zart­sym­fo­nie mooi fris en hel­der la­ten klin­ken. Ik vind het be­lang­rijk om de mu­si­ci enigs­zins stijl­be­wust te ma­ken, maar het be­lang­rijk­ste is dat de mu­ziek op de bes­te ma­nier klinkt.”

Boek

Gee­vers heeft een boek ge­schre­ven over uit­voe­rings­prak­tijk van de klas­sie­ke mu­ziek, ’In ge­sprek met de oude mees­ters’. Een van zijn the­o­rieën is, dat es­the­ti­sche prin­ci­pes bo­ven de ken­nis van his­to­ri­sche bron­nen staat. „De mu­ziek die je uit­voert moet mooi zijn, dat is wat je wilt be­rei­ken. Di­a­loog speelt daar­bij een be­lang­rij­ke rol, zo­wel tus­sen de mu­si­ci on­der­ling als met de di­ri­gent en – bij een uit­voe­ring – met het pu­bliek. Het sa­men­spel re­sul­teert dan in mu­ziek uit een an­de­re tijd, die het pu­bliek van nu aan­spreekt.”

Josée Zui­ver